De gouden beker van Cornelis de Witt (tijdelijk in bruikleen van het Louvre)
Na afloop van de succesvolle expeditie naar Chatham kregen Michiel De Ruyter, Willem-Joseph Van Ghent en Cornelis de Witt tijdens een eremaaltijd op 7 november 1667 namens de Staten van Holland elk een prachtige gouden beker uitgereikt. Daarop zijn met gekleurd email de gebeurtenissen op de Medway uitgebeeld. De schepen met de rood-wit-blauwe vlag zijn de schepen van de Nederlandse oorlogsvloot.
De identieke bekers (met uitzondering van het opschrift aan de binnenkant van de deksels) zijn in 1667 vervaardigd door de Haagse goud- en zilversmid Nicolaas Loockemans (?-1673).

Na de dood van Cornelis de Witt ging het bezit van de beker achtereenvolgens over op zijn weduwe Maria van Berckel, na haar dood naar hun dochter Anna Elisabeth de Witt en nadat Anna in 1721 kinderloos was overleden naar alle waarschijnlijkheid op de kinderen van Johan de Witt. De beker bleef in de familie en kwam uiteindelijk in handen van het achterachterkleinkind van Cornelis en Johan de Witt: Maria Hoog. Een kleinzoon van haar zou de beker in 1876 hebben verkocht aan een onbekend persoon, die het doorverkocht aan de familie van Rothschild. De bezittingen van Mayer Carl van Rothschild werden na zijn dood in 1886 verdeeld over zijn zeven dochters. De beker kwam terecht bij de oudste dochter, barones Adèle (1843-1922), die haar kunstverzameling naliet aan verschillende musea in Frankrijk. De beker maakt deel uit van de vaste presentatie van het Louvre en is formeel het eigendom van Musée national du Moyen-Âge-musée de Cluny in Parijs.
De beker van Van Ghent is verloren gegaan; de beker van De Ruyter bevindt zich in het Rijksmuseum.
Bron: Sanne Hermans 2017