Het beulszwaard in het Historisch Museum Den Briel, door Roel Slachmuylders
Afmetingen: 115 x 22 x 2,5 cm.

Versieringen en inscripties: 
- aan de zijkanten van de knop een brilletje, als beeldspraak op de stadsnaam Brielle
- bovenaan op de knop het jaartal 1600
- het stadswapen van Brielle, in het metaal ingelegd in rood koper, aangebracht aan voor- en achterzijde van het zwaard, meer bepaald op de uiteinden van de pareerstangen, onder het gevest en op de knoop
- een cartouche met een afbeelding die bijna volledig is uitgewist
- de naam “IOHAN [VAN?] VREESEN”
- .B.V. .R.
- een grotendeels uitgewiste voorstelling ingeschreven in een cirkel, die aan een klein zwaardje in een hand en aan de bijhorende inscriptie “IVSTITIA” kan worden geïdentificeerd als de personificatie van de Gerechtigheid, Vrouwe Justitia.
- in het artikel van Johan Been uit 1895 wordt melding gemaakt van een, nu verdwenen, jaartal 1580.
De correcte interpretatie van de inscriptie “IOHAN [VAN?] VREESEN” is onduidelijk. Waarschijnlijk betreft het de naam van de vervaardiger van het beulszwaard. Een dergelijke wapensmid is echter niet bekend. De naam zou eventueel kunnen hebben toebehoord aan een beul of aan een onthoofd slachtoffer. De identiteit van de Brielse beul in 1580 is niet bekend. In 1599 nam de stad ene “meester Jan Woutersz. Dieffhelt” aan als scherprechter. Mogelijk was dit wel niet zijn echte naam maar een alias.

Duiding:
Het zwaard is door de gedocumenteerde herkomst uit de oude Vierschaar van het Stadhuis, door de inscriptie “IVSTITIA” en door zijn typologie (vorm) zonder twijfel te duiden als een beulszwaard. Diverse exemplaren zijn bewaard in Nederland, o.a. in Museum de Gevangenpoort in Den Haag. Onthoofdingen geschiedden tot het einde van de 18de eeuw op het Europese vasteland door middel van tweehandig te gebruiken slagzwaarden. In 1792 vond in Frankrijk de eerste onthoofding door middel van de guillotine plaats. Dit toestel werd in de daaropvolgende jaren ook in de door hen veroverde gebieden geïntroduceerd. Onthoofding werd doorheen de oude tijd niet vaak als executiemethode gebruikt, aangezien de methode werd gereserveerd voor mensen van een zekere stand. Bekende voorbeelden zijn onder meer talrijke adellijke ondertekenaars van het Smeekschrift (o.a. de graven Van Egmond en Hoorn, en Jan van Blois van Treslong) in `1568, en Johan van Oldenbarnevelt in 1619.“Vulgaire” terdoodveroordeelden werden geëxecuteerd met de strop. In Brielle werd omstreeks 1568 de dopersgezinde Jan Marten Pieterszoon met het zwaard terechtgesteld. Paradoxaal genoeg kan dit een “gunst” zijn geweest: twee van zijn eveneens aangehouden collega’s eindigden in Den Haag op de brandstapel.

Gebruik:
Door gebrek aan relevante archiefstukken kan niet meer worden uitgemaakt of dit zwaard ooit is gebruikt voor een onthoofding, en zo ja, welke of hoeveel veroordeelden er letterlijk een kopje kleiner mee zijn gemaakt.

Lees meer in het artikel (klik hier voor pagina 1 en pagina 2) van stadsarchivaris Johan Been, 1895:

Literatuur: BEEN, J. “Zwaard en Hellebaard” Weekblad Voorne, Putten, Overflakkee en Goedereede, 7 april 1895, tweede blad, p. 2.; GROENEVELT, J. en M. HOLTROP. Hier zijn de schutters van Den Briel, Brielle, 2009, p. 27-28; HOLTROP, M. Honderd jaar verzamelen. Historisch Museum Den Briel 1912-2012, Brielle, 2012, p. 38.
Roel Slachmuylders, Historisch Museum Den Briel, 14 maart 2014