Zaterdag 6 juni 2020 opent de deur van het Historisch Museum Den Briel zich weer voor publiek.
De vlag mag uit om deze ‘verovering’ te vieren, maar het vlagvertoon is meer het gevoel van binnen en enigszins ingetogen, daar de vijand nog om ons heen is en niet onderschat moet worden.
Ik weet dat de opening een voorzichtige is, er zijn nog vele mitsen en maren; maar het borrelt weer, er is geruis in en om het oude stadhuis, waarin het museum huist.
Het museum gooit de luiken open, laat de wereld weer binnen met een allure die als een eerbetoon gezien kan worden aan alle strijd die gestreden is, de inzet van velen die maakt dat er steeds meer mogelijk wordt en er ruimte ontstaat. Zo keren we stap voor stap terug naar ons leven met al haar franje en het sausje waar we zo dol op zijn en wat het leven zo leefbaar maakt.
Meer dan ooit koesteren we dat leven, zie het bewust oppakken ervan als een must, als een bewust gebaar naar de velen die het verloren.

Het open gaan van vele culturele instellingen is een houvast, een troost, een pleister op de wonden.
De verhalen die in de musea rond gaan en in theaters verteld worden, geven de strijd tussen landen en mensen aan, laten de verwoestingen van eerdere pandemieën zien, tonen verliezen en winst.
Er zit herkenning in de verhalen, schilderijen en voorwerpen maken gebeurtenissen tastbaar,
tijdens gespeelde scenes op het toneel worden emoties opgeroepen en met de acteurs gedeeld.
Muziek mag in deze rij niet ontbreken, daarin kennen we vele stromingen die zich, ieder in eigen toonaarde, verbinden met de ervaringen en de daarbij horende emoties, die mensen overkomen.

IMG_5394.JPG

Als je in het museum de Zaal van de Martelaren betreedt zet de muziek de toon, de klaagzangen zijn een aanklacht tegen wat met er met de martelaren van Gorkum gebeurd is.
Er klinkt, naast een aanklacht, berusting en overgave door in de zang, dit zorgt voor een haast serene sfeer in de zaal. Deze sfeer doet duidelijk iets met de leerlingen die klassikaal het museum bezoeken, de opwinding, die de eerder bezochte 1 april zaal teweeg bracht, ebt weg terwijl ze op de lange bank tegen de muur plaats nemen. Haast ingetogen luisteren ze naar het verhaal van de martelaren van Gorkum die, op bevel van Lumey, een vroegere graaf die zich na aansluiting bij de watergeuzen ontpopte als zeeheld, naar Brielle vervoerd werden. Hij liet, ondanks verzoeken voor gratie van hoger hand, de 19 katholieke geestelijken na gruwelijke martelingen, in de Bedevaartskerk ophangen.
Die daad wierp een smet op het heldendom van Lumey, die een belangrijke rol speelde bij de bevrijding van Brielle.
Ik weet niet of het klopt maar ik zie hem er, met deze kennis, voor aan dat hij de loftrompet liet schallen na deze daad; hen eren met een ingetogen geblazen ‘Last Post’ zou meer op zijn plaats zijn geweest.
Ik troost me met de wetenschap dat het museum, net als de Bedevaartskerk, met het uitbeelden en vertellen van hun verhaal, deze martelaren recht doet.