In tijden van nood, als het leven niet te sturen is, vertellen we elkaar verhalen. We verzinnen ze of vallen terug op eerder vertelde, stoppen ze in een passend jasje en verplaatsen ze in de geldende tijd.
Dat geldt min of meer ook voor de verhalen die zich onder de kop ‘Museumdeur op een Kier’ scharen. Ik heb begrepen dat de site druk bezocht wordt, hetgeen de medewerkers van het museum stimuleert nieuwe kopij aan te leveren, daar is meer van nodig dan in eerste instantie ingeschat werd, de teller staat nu al in de 60.

Ik val door de mand bij het lezen van de verhalen met uiteenlopende en vaak verrassende inhoud en moet erkennen dat ik lang niet zoveel van de schatten van het museum weet dan ik dacht.

Het standbeeld van Wilhelmina is weliswaar geen museumstuk, maar ik weet nu wel dat het beeld haar terugkeer in Nederland weergeeft en ter ere van 40 jaar bevrijding op de Markt in Brielle geplaatst werd. Achter haar krachtig wijzende arm schuilt geen groots meeslepend verhaal.
Op vragen van bezoekers maakte ik ervan dat ze wellicht krachtig naar de toekomst wijst, maar dat het wijzen richting Brielse Maas ook tot de mogelijkheden behoort, dit is immers de plek van waaruit de Watergeuzen de herovering van Nederland op de Spanjaarden inzetten.
Moet erbij aantekenen dat ik het jammer vind dat het beeld niet zo geplaatst is dat ze naar het Historisch Museum wijst, dat is een stuk tastbaarder.

Als ik nu in de portrettengalerij voor het schilderij van Christina van Zweden sta, ken ik haar levensverhaal. Een eigenzinnige vrouw, die afstand deed van de kroon, zowel van mannen als vrouwen hield en graag geportretteerd werd. Daarbij was zij dol op de jacht en schitterde te midden van the Famous and Rich op feesten en partijen. Ze moest eens weten dat ze letterlijk achter het behang geplakt werd en jaren later per toeval gered werd van de sloophamer.

Van de manier waarop Willem van Oranje, nog wel de Vader des Vaderlands, zijn vier vrouwen koos schrok ik. Ze moesten min of meer bruikbaar zijn bij het streven naar meer macht voor hemzelf. Soms pakte het anders uit, dan was het voorbij zoals bij Anna van Saksen die hij daarbij krankzinnig liet verklaren, hetgeen wel erg ver ging. Met deze wetenschap kijk ik toch wat anders tegen deze ‘grote man’ aan, ook al waren het toen andere tijden. Als je het plaatje van vrouwen van nu ernaast legt, hebben zij het zo slecht nog niet, maar dat is weer stof voor een heel ander verhaal.

Wat zal het mooi zijn, als straks het museum haar deuren weer wijd opent, u als inwoners van Brielle en omgeving te begroeten. Het zal er gezien de beperkingen rustig zijn zodat u, warm gemaakt door de vele verhalen van ‘Museumdeur op een Kier’ rustig op zoek kan gaan naar de herkomst ervan. Aarzel niet, u heeft niets te vrezen, de Spanjaarden waren er niet rond, zij zijn immers verslagen; het museum vertelt onder meer hoe het ging, dat zal u behagen.