Mijn liefste plek in het museum

Voor mij is de fijnste plek in museum de zaal waar het verhaal van de HH. Martelaren van Gorcum wordt verteld. De zaal komt na de zaal waarin de inname van Den Briel op 1 april 1572 wordt verteld. Dan krijg je het gevoel dat die watergeuzen goede kerels waren, die het beste met iedereen voor hadden. Nu, dat gevoel zal niet lang beklijven want in de zaal gewijd aan de martelaren wordt al snel duidelijk dat de watergeuzen geen lieverdjes waren. Het mooie is dat je even op de bank kan gaan zitten en dan kan luisteren naar liederen die al eeuwenlang in de kerk worden gezongen. Deze zijn in 2011 opgenomen door de Scola Cantorum St. Gregorius uit Brielle.

gorcum.jpg

En dan zie je tegenover je twee altaarstukken staan. Daartussen hangt een schilderij. Om het goed te kunnen zien moet je wel even opstaan. Daarop zie je een groep Franciscaner monniken, te herkennen aan hun bruine pijen en nog een aantal andere geestelijken. De monnik die zijn arm omhoog houdt was Nicolaas Pieck, de gardiaan, de leider, van het klooster in Gorinchem. Hij roept alle gevangenen op om trouw te blijven aan hun katholieke geloof door de twee vragen die ze kregen met ‘ja’ te beantwoorden. De eerste vraag was of ze geloofden dat brood en wijn tijdens de wijding door de priester echt veranderen in het lichaam en bloed van Jezus Christus. De tweede vraag was of ze het gezag van de paus erkenden. Nicolaas was de eerste die beide vragen met ‘ja’ beantwoorde en hij werd de ladder op gevoerd waarna het touw aan de dakbalk van de turfschuur werd vastgemaakt. Zo kwam hij daar te hangen en volgde de langzame dood door verstikking. Slechts twee van de twintig medegevangenen gingen over naar de leer van Calvijn. De achttien anderen werden ook opgehangen. Zestien mannen waren uit Gorinchem naar Den Briel gevoerd. Vandaar dat zij de Martelaren van Gorcum worden genoemd.

De turfschuur behoorde bij het St. Elizabethklooster dat de geuzen op 2 april hadden geplunderd en in brand hadden gestoken. Het lag ruim een kilometer buiten de stad. Op het schilderij zie je St. Catherijnekerk op de achtergrond. Of men die toen ook kon zien is onwaarschijnlijk, de gevangenen werden tussen twee en vier uur ’s nachts opgehangen. De geuzen hebben er een verslag van gemaakt, Nicolaas Pieck was het eerste slachtoffer. Dat ze hun kleding nog aan hadden klopt niet. De monniken hadden in Gorinchem hun pijen al achter moeten laten en waarschijnlijk was hun onderkleed vernield door de vele aframmelingen die ze moesten doorstaan.