In de Zeeheldenzaal is een bijzonder aardewerken kruikje te vinden. Op de hals van het kruikje is een gezicht van een man met een baard afgebeeld. Dit soort kruikjes werden tussen de 15e en 18e eeuw rondom de stad Keulen gemaakt en gebruikt om wijn of olie in te vervoeren, te bewaren en uit te schenken. Dit kruikje is afkomstig van het wrak van de Brederode, het vlaggenschip waarop zowel Maarten Harpertszn Tromp als Witte de With omkwamen en welke voor de kust van Denemarken verging.

baardmankruik.jpg
Zo'n kruik wordt, haast voor de hand liggend, ook wel een 'baardmankruik' genoemd. De reden waarom een man met baard werd aangebracht, is minder duidelijk, er zijn meerdere mogelijke verklaringen voor. Volgens één verhaal zou de baardige manskop op de hals van de kruik God moeten voorstellen. Op baardmankruiken uit de 16e eeuw zijn soms vrome teksten te lezen, die oproepen tot matigheid en het eren van God. De afbeelding op een drinkkan moest dan dienen als waarschuwing tegen overmatig drankgebruik.

Ook zou het kunnen gaan om een afbeelding van Karel de Grote. Keizer Karel werd vereerd en er is in Aken een afbeelding uit de 14e eeuw van hem met een korte baard bekend. Een andere uitleg is dat Keulse pottenbakkers, die in de 16e eeuw werden verjaagd uit de stad Keulen, uit kwaadheid de gezichten van de Keulse stadsbestuurders zouden hebben aangebracht op de hals van de baardmankruiken. De pottenbakkers zouden verjaagd zijn vanwege het gifgas dat vrijkwam bij hun bakproces.

Ook kan het baardmangezicht als een zelfstandig ‘persoon’ worden gezien; als drinkebroeder die je tot matigheid maant of juist tot aanmoediging, aangezien er ook teksten bekend zijn die het drankgebruik aanmoedigen.

En misschien is het gezicht simpelweg wel een versieringselement, een versiering zonder een verdere bedoeling. Maar tijdens een maaltijd wel een mooie aanleiding tot een goed gesprek.