Beleef de Tachtigjarige Oorlog in Historisch Museum Den Briel
Tijdens een groot deel van de 16-de eeuw behoorde de zeventien gewesten van de Nederlanden tot het Spaanse rijk van keizer Karel V. De provincies hadden hun eigen wetten en regels en wilden zo onafhankelijk mogelijk blijven. Karel V wilde echter meer macht. Hij wilde de Nederlanden laten meebetalen aan de vele oorlogen die hij voerde en tegelijkertijd wilde hij de onrust die de protestanten er zaaiden de kop indrukken. De katholieke keizer stelde een speciaal tribunaal in (de Inquisitie) om de ‘misdaden’ tegen het katholieke geloof hard te kunnen straffen. Zo werd het aanhangen van een ander geloof bestempeld als ‘ketterij’.

Filips II en Alva
In 1555 deed Karel V afstand van de troon. Zijn zoon Filips II volgde hem op en zette zijn vaders strenge (religieuze) politiek voort. Omdat hij zelf in Spanje verbleef, benoemde Filips zijn halfzus Margaretha van Parma als gouverneur van de Nederlanden. Het verzet tegen Filips zijn beleid werd echter steeds sterker. In 1566 boden edelen een petitie aan Margaretha aan, het Smeekschrift der Edelen. In datzelfde jaar brak de Beeldenstorm los en werd de eerste hagenpreek, een (geheime) protestantse dienst in de open lucht, gehouden in Zeeland. Om orde op zaken te stellen, stuurde Filips in 1567 zijn veldheer de hertog van Alva naar de Nederlanden. Waar stadhouder Willem van Oranje eerst een goede relatie had met Karel V en later Filips, werden deze verhoudingen al snel slechter toen Willem vluchtte naar zijn slot in Dillenburg, Duitsland, en zich vanuit daar opwierp als leider van de Opstand. Hij werd Alva’s belangrijkste tegenstander.

Start Opstand
In 1568 begon met de Slag bij Heiligerlee de Tachtigjarige Oorlog, ook wel de Opstand genoemd. Brielle speelde in het begin van deze Opstand een belangrijke rol. Op zee begaven zich de beruchte watergeuzen, aangestuurd door Willem. Zij vielen schepen aan die van en naar de Nederlanden voeren. Toen zij in 1572 geen toestemming meer kregen van de Engelse koningin Elizabeth I om aan te leggen in de Engelse havens, besloten de watergeuzen naar Noord- Duitsland te varen. Een flinke storm had echter grote invloed op hun koers en op 1 april 1572 gingen zij onder leiding van Willem Blois van Treslong voor anker bij diens geboorteplaats Brielle. Blois van Treslong en aanvoerder van de watergeuzen Admiraal Lumey besloten Brielle in de naam van Oranje in te nemen, met succes. Met de inname van Brielle wonnen de watergeuzen hun eerste slag op de Spanjaarden. Op 5 april voorkwam stadstimmerman Rochus Meeuwisz dat de stad weer in handen van de Spanjaarden zou vallen: hij hakte die dag de Nieuwlandse sluis open, waardoor de landerijen rond de stad onder water kwamen te staan (inundatie) en de aanval van de vijand kon worden afgewend. Brielle was de eersteling der vrijheid (Libertatis Primitiae) en Alva verloor ‘zijn bril’.
De inname van Brielle bleek een domino-effect als gevolg te hebben: diverse Hollandse steden als Vlissingen en Zutphen voelden zich gesterkt in hun strijd tegen de Spaanse overheerser. De watergeuzen probeerden, regelmatig met succes, ook andere steden te veroveren, waaronder Alkmaar, Leiden en Haarlem.

Willems opvolger Maurits
Toen Willem van Oranje in 1584 werd vermoord, volgde zijn zoon Maurits hem op als stadhouder en legeraanvoerder. In 1588 vielen de Nederlanden uiteen in de Zuidelijke Nederlanden, nog steeds onder gezag van de Spaanse keizer, en in de onafhankelijke Noordelijke Nederlanden, de Republiek. De Republiek kreeg van Engeland flink wat steun in de vorm van geld en manschappen. Als onderpand voor deze leningen werd Brielle aangewezen. Brielle bleef uiteindelijk in totaal 30 jaar pandstad. In 1616 verlieten de Engelsen Brielle weer.
Maurits’ leger werd steeds sterker. In 1600 versloeg het Staatse leger onder leiding van Maurits bijvoorbeeld het Spaanse leger bij Nieuwpoort. Handel van de VOC en WIC bracht de Republiek rijkdom. Tussen 1609 en 1621 zorgde het Twaalfjarig Bestand voor een tijdelijke wapenstilstand. Een binnenlands religieus conflict tussen de remonstranten en contraremonstranten stortte de Nederlandse Republiek echter in deze periode in een burgeroorlog. Maurits, een fel voorstander van contra-remonstrantse ideeën, verzette in diverse steden de wet, zoals in september 1618 in Brielle: hij veranderde de wet en verving remonstrantse stadsbesturen door contra-remonstrantse.
Maurits en zijn voormalige kompaan raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt stonden in het binnenlandse conflict lijnrecht tegen over elkaar, wat Van Oldenbarnevelt uiteindelijk het leven kostte: hij werd op bevel van Maurits in 1619 in Den Haag onthoofd.

Einde Opstand
Onder invloed van Maurits groeide de Republiek tot een sterke militaire macht. In 1625 overleed Maurits en werd opgevolgd door zijn halfbroer Frederik Hendrik. Het leger van de Republiek boekte in de jaren daarna een aantal belangrijke overwinningen op het Spaanse leger. In 1648 werd de Vrede van Münster getekend en eindigde de Tachtigjarige Oorlog. De Republiek der Nederlanden was vanaf dan een onafhankelijke staat en werd internationaal erkend.

Het museum neemt de bezoeker mee op een interactieve ontdekkingstocht door de Tachtigjarige Oorlog, waarbij 1 april 1572 uiteraard een centrale plek inneemt.