Inquisitie
De Nederlanden. 1555.
Het rommelt in de zeventien gewesten van de Nederlanden. Deze gewesten maken deel uit van het rijk van Keizer Karel V. Ze hebben hun eigen wetten en regels en willen zoveel mogelijk zelfstandig blijven. Karel wil juist meer macht in de Nederlanden. Bovendien wil hij dat de Nederlanden meebetalen aan zijn vele oorlogen. Tegelijkertijd willen aanhangers van de Reformatie hervormingen binnen de katholieke Kerk. Karel, zelf katholiek, pakt deze hervormers hard aan via een speciale rechtbank (de inquisitie), die "misdrijven" tegen het katholieke geloof opspoort en de ketters veroordeelt.
In 1555 doet Karel V afstand van de troon als Heer van de Nederlanden. Zijn zoon Filips II volgt hem op. Omdat hij zelf in Spanje verblijft, stelt Filips II zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landvoogdes om de Nederlanden te besturen. Filips zet het strenge godsdienstbeleid van zijn vader voort. De uit Brielle afkomstige priester Angelus Merula is één van de slachtoffers.
Er komt verzet tegen het strenge beleid van Filips II. Nederlandse edelen stellen in 1566 een smeekschrift op en bieden dat aan aan Margaretha. In datzelfde jaar barst de Beeldenstorm los. Filips II stuurt de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Willem van Oranje, stadhouder en leider van de opstandelingen, wordt zijn grootste tegenstander. De Opstand, beter bekend als de Tachtigjarige Oorlog, begint.

Angelus Merula (1482-1557)
Angelus Merula, of in het Nederlands Engel de Merle, wordt in 1482 in Brielle geboren. Na jarenlang gestudeerd te hebben, wordt hij op 5 april 1511 in de Utrechtse Domkerk tot priester gewijd. Een maand later draagt hij zijn eerste mis op in de Sint-Catharijnekerk.
Angelus Merula wil de katholieke kerk hervormen door de heiligenverering en bedevaarten af te schaffen. De inquisitie veroordeelt hem als ketter. Aangezien Merula blijft weigeren zijn mening te herroepen, wordt hij ter dood veroordeeld. Op 26 juli 1557 leiden gerechtsdienaren hem naar de brandstapel. Merula sterft vlak voor het vonnis wordt uitgevoerd, waarschijnlijk aan een hartaanval. Zoals Angelus Merula in zijn testament heeft vastgelegd, krijgt Brielle zijn huis en richt het in tot een weeshuis.

Aanbieding Smeekschrift
Op 5 april 1566 bieden tweehonderd ongewapende edellieden een smeekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma aan. Zij willen dat er een einde komt aan de geloofsvervolgingen en dat de problemen in het land worden besproken met de Nederlandse gewesten in een vergadering van de Staten-Generaal. Margaretha van Parma schrikt in eerste instantie van het aantal edellieden, maar een raadsheer fluistert geruststellend in haar oor: "ce ne sont que des gueux" (het zijn maar bedelaars). Dezelfde edelen besluiten enkele dagen later zichzelf "geuzen" te noemen, een verbastering van "gueux". Ter herkenning dragen zij sindsdien een bedelnap aan hun riem en een penning om de hals of op de kleding.

De Beeldenstorm
Aanhangers van de Reformatie en andere hervormingsgezinden verzamelen zich regelmatig in het geheim om te luisteren naar preken die meer aansluiten bij hun overtuiging. Op 10 augustus 1566 leidt een van deze bijeenkomsten tot de plundering van een klooster nabij Steenvoorde. Dit slaat over naar andere plaatsen. De Beeldenstorm bereikt via het Scheldegebied de overige Nederlanden. Op verschillende plaatsen worden kerken bestormd, altaren, religieuze kunstwerken en heiligenbeelden worden vernield en kloostervoorraden geplunderd. Door de kerken te ontdoen van heiligenbeelden, kunstwerken en andere onnodige opsmuk willen de beeldenstormers de kerken geschikt maken voor hun eigen eredienst, waarin enkel en alleen Gods Woord centraal staat. Ook motieven als armoede en ontevredenheid spelen een rol bij de beeldenstormers.

Hertog van Alva (1507-1582)
Op 22 augustus 1567 arriveert de hertog van Alva in de Nederlanden om er namens koning Filips II orde op zaken stelllen. Alva stelt in 1567 de Raad van Beroerten in die tot doel heeft iedereen te straffen die op één of andere manier heeft deelgenomen aan de Beeldenstorm. Willem van Oranje vlucht naar Duitsland. Twee andere belangrijke Nederlandse edelen, graaf van Egmont en graaf Van Horne, besluiten niet te vluchten. Alva laat ze vrijwel direct na zijn aankomst arresteren. Ze worden beschuldigd van verraad en ter dood veroordeeld, net als vele anderen.

Willem van Oranje (1533-1584)
Vanaf 1555 verwerft Willem van Oranje hoge posities. Hij is stadhouder en militair opperbevelhebber van Holland, Zeeland en Utrecht. Hij is een van de meest invloedrijke edellieden in de Nederlanden. Zijn verhouding met Filips II verslechtert snel wanneer hij zich verzet tegen diens strenge bewind. In 1567 vlucht Willem naar slot Dillenburg in Duitsland. Van daaruit geeft hij leiding aan verschillende militaire invallen om de hertog van Alva te verdrijven. Willem en Filips schrijven elkaar regelmatig brieven om elkaar van hun standpunten te overtuigen.
Op 10 juli 1584 wordt Willem van Oranje door de katholiek Balthasar Gerards doodgeschoten.
Willem van Oranje wordt gezien als de leider van de standelingen en vereerd als de ‘vader des vaderlands’.

De inname van Brielle op 1 april 1572
Brielle. 1572.
De opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse koning Filips II, beter bekend als de Tachtigjarige Oorlog, is in volle gang. Willem van Oranje leidt de opstand vanuit Dillenburg en krijgt daarbij veel hulp van de watergeuzen.
Watergeuzen zijn mensen die gevlucht zijn voor het bewind van de hertog van Alva. Ze zwerven rond op zee en vallen schepen van en naar kustplaatsen in de Nederlanden aan. In 1572 verbiedt Elisabeth I, de Engelse koningin, de watergeuzen nog langer in de Engelse havens te verblijven. Ze zetten koers naar Noord-Duitsland, maar moeten door een felle noordwesterstorm uitwijken. Op 1 april 1572 voert Willem Bloys van Treslong de vloot van de watergeuzen de Maasmond in en gaat voor zijn geboortestad Brielle voor anker.
Admiraal Lumey, aanvoerder van de watergeuzen, en Blois van Treslong besluiten om Brielle te veroveren. Coppelstock, veerman tussen Brielle en Maassluis, moet burgemeester Koekebakker vragen om de stad over te geven. De burgemeester weigert. Vervolgens wordt de stad - in naam van Oranje - veroverd. Hiermee is Brielle de eerste vrije stad van de Nederlanden. Alva verliest "zijn bril".
Al vóór 1 april 1572 wordt veel gevochten tussen de opstandelingen en de Spanjaarden. Maar het is de stad Brielle die als eerste veroverd wordt. Daarna veroveren de watergeuzen ook steden als Vlissingen, Alkmaar, Gorcum, Leiden en Haarlem. Zo komt een steeds groter gebied in handen van de geuzen en het leger van Willem van Oranje. De Spanjaarden verliezen terrein.

Martelaren van Gorcum
In 1572 bereikt de vijandschap tussen de geuzen en de katholieken een dieptepunt: in verschillende plaatsen worden monniken en priesters vermoord. Met de inname van Gorcum op 26/27 juni 1572 nemen de watergeuzen ook een groepje katholieke geestelijken gevangen. Bijna twee weken lang worden ze gemarteld om hun geloof af te zweren. Op 5 juli 1572 worden ze per vrachtschuit naar Brielle vervoerd om er verhoord te worden. In de nacht van 9 juli worden de negentien geestelijken in een schuur van het Elisabeth-klooster in Rugge, even buiten Brielle, opgehangen.

Slagen voor en na Brielle
De inname van Brielle in 1572 is niet plotseling gebeurd. In de jaren ervoor hebben al verschillende veldslagen plaatsgevonden tussen het leger van Willem van Oranje en het Spaanse leger. Maar pas op 1 april 1572 lukt het de opstandelingen om van de Spanjaarden te winnen, een keerpunt in de geschiedenis. De inname van Brielle is de eerste tegenslag voor de hertog van Alva. Na Brielle nemen de watergeuzen steden als Vlissingen, Haarlem, Alkmaar en Leiden in.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1621)
De Nederlanden. 1588.
De Nederlanden zijn door de opstand uiteengevallen in twee nieuwe staten: de zuidelijke Nederlanden die trouw zijn aan de Spaanse koning Filips II en de zelfstandige noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is een samenwerking van de gewesten Hollland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Overijssel, Groningen en Friesland. Ieder gewest stuurt een vertegenwoordiger (in praktijk de stadhouder) naar de gemeenschappelijke vergadering van de Staten-Generaal. Op die manier heeft elk gewest inspraak in zaken die de hele Republiek aangaan.
Johan van Oldenbarnevelt, landsadvocaat en raadpensionaris van de Staten van Holland, is één van de meest invloedrijke personen aan het eind van de 16de eeuw. Aan zijn zijde staat vanaf 1585 Maurits van Nassau, tweede zoon van Willem van Oranje. Als stadhouder van de gewesten Holland en Zeeland, en later ook van Gelre, Utrecht en Overijssel, is Maurits opperbevelhebber van het leger en één van de machtigste mannen in de Republiek. Pas in 1618 erft Maurits de titel prins van Oranje.
De rijke jaren van de Gouden Eeuw breken aan in de Republiek. De handel bloeit, het geld stroomt binnen, het leger van Maurits wordt steeds sterker. In 1609 zorgt het Twaalfjarig Bestand voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje. Maar rustiger wordt het niet. Een godsdienstig conflict tussen remonstranten en contraremonstranten leidt bijna tot een burgeroorlog. En ook de vruchtbare samenwerking tusssen de twee belangrijkste mannen van de Republiek, Maurits van Nassau en Johan van Oldenbarnevelt, komt onder druk te staan. Met een fatale afloop voor één van de twee….

Brielle als pandstad
Willem van Oranje en de Staten van Holland en Zeeland hebben in hun strijd tegen de Spanjaarden hulp nodig en vragen aan de protestantse Engelsen ondersteuning in de vorm van wapens en geld. Na de dood van Willem van Oranje in 1584 en de onderlinge toenadering van de katholieke grootmachten Spanje en Frankrijk, besluit koningin Elsabeth I van Engeland tot grotere en openlijke steun. In 1585 stuurt zij soldaten en geld naar de Nederlanden. Als tegenprestatie willen de Engelsen een aantal strategische steden in de Nederlanden als onderpand voor de latere terugbetaling. Brielle is zo'n pandstad, net als Vlissingen.
De stad Brielle is tussen 1585 en 1616 als pandstad in handen van Engeland. In deze periode is een garnizoen van 800 Engelse soldaten in en om Brielle gelegerd. Daarnaast wonen in Brielle de Engelse gouverneurs en plaatsvervangend gouverneurs. De kapel van het Jacobsgasthuis (nu de Jacobskerk) wordt in 1585 verbouwd tot kerk voor de Engelsen.

Prins Maurits (1567-1625)
Na de dood van Willem van Oranje in 1584 volgt zijn zoon Maurits hem op als stadhouder en bevelhebber van leger en vloot van Holland en Zeeland. Hij wordt daarna ook stadhouder van Utrecht, Gelderland, Overijssel en vanaf 1620 van Groningen en Drenthe. De stadhouders hebben vooral militaire taken en zijn daardoor nauw betrokken bij het buitenlandse beleid van de Republiek.
In 1590 krijgt Maurits het bevel over leger en vloot van de gehele Republiek. Maurits blijkt een vernieuwer op militair terrein. Veel van de tactische legerhervormingen die hij doorvoert, zoals de contramars, verhogen de slagkracht van het leger. En met succes: Maurits behaalt de ene na de andere overwinning op de Spanjaarden.

VOC en WIC
De eerste Nederlandse scheepvaarten in 1595 naar Azië zijn een groot succes: de handelsroute naar de Oost wordt geopend en de kooplieden van Zeeland en Holland proberen de Portugezen en de Engelsen te overtreffen. Johan van Oldenbarnevelt neemt het initiatief tot de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Op 20 maart 1602 verkrijgt deze compagnie het Nederlandse monopolie op alle handel in de Aziatische wateren vanaf Kaap de Goede Hoop. In naam van de Republiek mag de compagnie verdragen sluiten, oorlogen voeren en veroverde gebieden besturen.
Op 3 juni 1621 richten de Staten-Generaal de West-Indische Compagnie op. De WIC bezit het alleenrecht op alle handel en scheepvaart op West-Afrika en Noord- en Zuid-Amerika.
De VOC en de WIC zijn van groot belang in de ontwikkeling van de Nederlandse Republiek als een welvarende en invloedrijke macht.

Het Twaalfjarig Bestand (1609-1621)
In 1609 wordt de oorlog van de Republiek tegen Spanje onderbroken. Dit tegen de zin van Maurits, die zijn macht ziet afnemen. De tijdelijke onderbreking die twaalf jaar duurt, wordt het Twaalfjarig Bestand genoemd. In deze periode ontstaat een conflict binnen de gereformeerde kerk. Onderwerp is de interpretatie van de predestinatieleer. De remonstranten geloven niet langer in de voorbestemming en vinden dat de mens een vrije wil, een keuze heeft. De contraremonstranten geloven juist dat God al voor iemands geboorte heeft bepaald of hem de verdoemenis of het zieleheil te wachten staat.
Johan van Oldenbarnevelt komt in het remonstrantse kamp en Maurits in het contraremonstrantse. Daardoor wordt het religieuze conflict een politiek conflict. Het conflict leidt tot relletjes in een aantal steden. Omdat de troepen van stadhouder Maurits niet ingrijpen, geeft Van Oldenbarnevelt de steden toestemming eigen soldaten in te huren om de onrust de kop in te drukken.
Maurits vindt dit als militair opperbevelhebber onacceptabel. Hij ontslaat de huursoldaten en pleegt een staatsgreep: hij Verzet de Wet. Dit houdt in dat hij stadsbesturen afzet en vervangt door bestuurders die op zijn hand zijn. Hij laat Van Oldenbarnevelt en een aantal van zijn bondgenoten, waaronder Hugo de Groot, arresteren. De Groot krijgt levenslang op Slot Loevestein, maar weet in een boekenkist te ontsnappen. Johan van Oldenbarnvelt wordt door een speciale rechtbank ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Op 13 mei 1619 wordt hij op het Binnenhof onthoofd.

Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619)
Vanaf 1570 krijgt Johan van Oldenbarnevelt verschillende belangrijke posities in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij heeft als vertrouwenspersoon van Willem van Oranje en later van Maurits van Nassau veel macht. Verschillen van inzicht over militaire, politieke en religieuze zaken, zorgen voor een botsing tussen Johan Van Oldenbarnevelt en Maurits. Dit leidt uiteindelijk tot de arrestatie en veroordeling wegens hoogverraad van Van Oldenbarnevelt. Op 13 mei 1619 wordt hij op het Binnenhof in Den Haag onthoofd.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1621-1648)
De Republiek. 1625.
Prins Frederik Hendrik (1584-1647) volgt in 1625 zijn halfbroer Maurits op als stadhouder van Holland, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Overijssel en Groningen en als opperbevelhebber van het leger. De Republiek is als sterke militaire macht opgewassen tegen de Spaanse troepen. De zeevaart speelt daarin een belangrijke rol. De Brielse zeehelden Maarten Tromp en Witte de With behalen beslissende overwinningen zoals in 1639 op een Spaans troepentransport in de Slag bij Duins.
De Tachtigjarige Oorlog eindigt in 1648 met de Vrede van Munster. Voor de Republiek een belangrijk moment, omdat met de vrede de Nederlandse Republiek internationaal wordt erkend. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is een onafhankelijke staat!
De Republiek hangt het protestantse geloof aan en de openlijke viering van andere geloofsrichtingen zoals de katholieke is verboden. Daardoor ontstaan de zogenoemde schuilkerken: kerken die achter of in huizen gevestigd zijn, zodat ze vanaf de straat niet te zien zijn. De overheid weet wel van het bestaan van de schuilkerken, maar knijpt een oogje toe.

Brielse Zeehelden
Op 21 oktober 1639 behalen in de Slag bij Duins de Brielse luitenant-admiraal Maarten Tromp en vice-admiraal Witte de With een beslissende overwinning op een Spaanse oorlogsvloot van 55 schepen, de Tweede Spaanse Armada.

Prins Frederik Hendrik (1548-1647) en de Vrede van Munster (1648)
In 1625 volgt Prins Frederik Hendrik zijn halfbroer Maurits op als stadhouder en legeraanvoerder. Net als Maurits geeft hij de voorkeur aan het belegeren van steden boven het vernietigen van legers. En met succes. Onder zijn leiding belegert en verovert het leger van de Republiek vele steden op de Spanjaarden zoals Den Bosch, Breda, Venlo en Maastricht. Frederik Hendrik staat dan ook bekend als de ‘stedendwinger’. Daarnaast is hij succesvol als diplomaat: hij weet het katholieke Frankrijk en het protestantse Engeland aan de kant van de Republiek te krijgen. En hij begint de vredesbesprekingen met Spanje.
De Tachtigjarige Oorlog eindigt in 1648 met het tekenen van de Vrede van Munster. De Spanjaarden zijn verslagen en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt internationaal erkend als onafhankelijke staat.

Schuilkerken
Enkele jaren na de overgang van het rooms-katholieke geloof naar het protestantse geloof, komt er in 1578 in Amsterdam een officieel verbod op de viering van de katholieke eredienst. Ook in andere delen van de Republiek zijn openlijke vieringen van andere geloofsovertuigingen niet toegestaan. Er ontstaan schuilkerken of huiskerken: van buiten niet als zodanig herkenbare kerkgebouwen die worden gebruikt door katholieken, remonstranten, lutheranen en doopsgezinden. De protestantse overheid weet van het bestaan van de schuilkerken, maar knijpt een oogje toe. Ook in Brielle is tenminste één schuilkerk in bedrijf geweest. Die was bereikbaar via een deur naast het pand wat nu Voorstraat 131 is.

Nederland. 1648
Na het sluiten van de Vrede van Münster in 1648 wordt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden internationaal erkend als onafhankelijke staat. In de jaren die daarop volgen raakt de Republiek betrokken bij verschillende oorlogen binnen Europa. De oorlogen met Engeland en Frankrijk zijn een grote aanslag op de schatkist. In de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) speelt de Republiek als bondgenoot van Engeland (koning-stadhouder Willem III) een belangrijke rol en dat put de financiën van de Republiek nog meer uit. De ooit zo welvarende Nederlanden verliezen langzaam maar zeker hun machtige positie. De Vrede van Utrecht in 1713 brengt uiteindelijk voor langere tijd vrede.

Brielle. Anno nu.
De Tachtigjarige Oorlog is een allesbepalende periode geweest in de geschiedenis van Nederland. De gewesten hebben zich in deze jaren losgemaakt van de overheersing van buitenlandse vorsten. Eigenlijk is het Nederland van nu begonnen op het moment dat Brielle, als eersteling, veroverd werd op de Spanjaarden. En dát viert Brielle op 1 april.