De Stenen Baak is een dependance van het Historisch Museum Den Briel.

Locatie Stenen Baak

Adres
Brielse Maas 1
3233 LW Brielle

Openingstijden Stenen Baak
april en oktober
zaterdag en zondag 11.00-16.00 uur
mei t/m september
dinsdag t/m zondag 11.00-16.00 uur

Bij zware regen en/of wind is de toren niet toegankelijk.

Voor meer inlichtingen:
Historisch Museum Den Briel
0181-475475

Geschiedenis
De Stenen Baak staat net even buiten de stad Brielle en is de eerste stenen vuurtoren van Nederland. Hij werd in 1630 gebouwd en verving eerdere vuurtorens van hout die waren afgebrand. In de 18de en 19de eeuw kreeg de toren een militaire functie binnen de verdedigingswerken van Brielle. Begin deze eeuw werd de voormalige vuurtoren gerestaureerd en is sinds 2004 open voor publiek. Bij goed weer is het dak toegankelijk en kan men genieten van een prachtig uitzicht.

Bouw
De Stenen Baak werd in opdracht van de Vroedschap van Brielle gebouwd door de stadstimmerman van Brielle: Maerten Cornelis Paeyse. Deze timmerman bouwde in Brielle ook de stadsgevangenis en het waaggebouw, waar nu Historisch Museum Den Briel is gevestigd. Paeyse werd begraven in de Catharijnekerk in Brielle.
Eerdere houten vuurtorens brandden af, waardoor bij de bouw van een nieuwe voor steen als materiaal werd gekozen. De bouw van de toren werd gefinancierd door Brielle en de Staten van Holland en West-Friesland. Niet alleen Brielle had voordeel van de nieuwe, minder kwetsbare stenen vuurtoren, ook de koopvaardij en de visserij in het algemeen zouden profiteren van de nieuwe toren.
Bouwmeester Payese bouwde de toren met vier meestermetselaars binnen vier maanden tijd. Behalve hardsteen werden 180.000 bakstenen gebruikt. Een gigantische prestatie.

Werking
De Stenen Baak functioneerde in samenhang met een verplaatsbaar vuurbaken in de duinen van Oostvoorne. Als men vanaf een schip de beide vuren in één lijn zag, was de positie de juiste om de vaargeul in te kunnen varen. Omdat de geulen zich verlegden door de verplaatsing van zandbanken, moest het lagere baken verplaatst kunnen worden. Op deze wijze kon de zichtlijn worden aangepast aan de gewijzigde situatie.
Uit getekende bronnen blijkt dat de Stenen Baak bovenop de derde geleding een soort opbouw had, de lantaarn. Daarin werd een groot kolenvuur gestookt. De vele glas-in-lood ruitjes onder een overstekend tentdak zorgden ervoor dat het vuur van verre zichtbaar was. Het vuur werd met blaasbalgen gaande gehouden. De afvoer van rook gebeurde via een centrale schoorsteen. Twee wachters moesten ’s nachts voortdurend blazen en stoken; de kolen werden naar boven getakeld.

Militaire functie
De plaats waar de vuurtoren stond, was ook in militair opzicht interessant, zo bleek in de 18de eeuw. Vijandelijke schepen die ongehinderd de monding van de Maas konden passeren, vormden een bedreiging voor met name het zuidelijk deel van de provincie Holland. De vestingstad Brielle zou daarbij als eerste onder vuur komen te liggen.
De locatie was zeer geschikt om een militaire versterking aan te leggen. Aan het begin van de 18de eeuw werd bij de toren dan ook een klein fort gebouwd dat later in die eeuw uitgroeide tot een kustbatterij, een klein verdedigingswerk, met kanonnen die vijandelijke schepen in de Maasmond konden beschieten. Bij de batterij behoorde ook een kogelgloeioven, waarin de kanonkogels werden verhit.

Afbreken?
De kustbatterij werd meerdere malen verbouwd en uitgebreid en daarbij kwam meer dan eens de wens van de militairen naar voren de toren af te breken. De toren trok volgens hen teveel aandacht en was een goed mikpunt. Maar de loodsen en vissers voorkwamen (meerdere keren) dat de toren werd afgebroken. Voor de scheepvaart bleef de toren, hoewel sinds 1800 al niet meer in staat als vuurtoren te dienen tengevolge van het ontbreken van de lantaarn, een belangrijk oriëntatiepunt. Halverwege de 19de eeuw werd de Stenen Baak als vuurtoren officieel buiten gebruik gesteld; het Rijk verwierf het eigendom van de toren.

Restauratie
In 1939 en 1965 werd de toren onder supervisie van de Rijksgebouwendienst gerestaureerd. In 1999 staken vier overheidsinstellingen de koppen bij elkaar: de Rijksgebouwendienst, het Recreatieschap Voorne, Putten en Rozenburg, de gemeente Westvoorne en de gemeente Brielle. Gezamenlijk realiseerden zij de nieuwe bestemming van dit stukje cultureel erfgoed. De toren werd gerestaureerd, in 2004 voor het publiek toegankelijk gemaakt en voorzien van een kleine museale presentatie en een licht- en geluidspel.